Vier jaar later
Ik ben inmiddels vier jaar schoon. Steeds meer komt het besef dat ik echt ben genezen. Ik wilde daar aanvankelijk niet zo aan. Vaker was ik schoon geweest maar kwam de kanker toch weer terug. Uit pure zelfbescherming denk je dan wel eens: “Ik moet het nog zien.” Maar nu geloof ik er in. Ik leer leven met de restverschijnselen, waarvan ik nu wel kan stellen dat die blijvend zijn. Mijn gehoor is beslist weer beter geworden. Nog wel een doorlopende ruis en piep maar het frequentiebereik is beslist verbeterd. Ik kan mensen weer redelijk goed verstaan en hoor zelfs soms weer de krekels en de vogels. Moeheid blijft maar daar kan ik goed mee leven. En musiceren gaat stroever maar op de piano alweer leuk genoeg om het met plezier te doen. Gitaar spelen doe ik als goede oefening om mijn fijnere motoriek te trainen. Dat is lang niet wat het was maar het is wel een goede reden om mijn mooie gitaren te houden en met regelmaat te gebruiken. Het meest jammer vind ik het gebrek aan B-cellen in mijn bloed. Daarvoor moet ik altijd vragen bij het maken van afspraken of er geen griep- of verkoudheidsklachten zijn. Even naar een restaurantje kan niet zomaar. Of het moet heel rustig zijn zodat je afstand kan houden tot anderen. Ook het feest van mijn zusje kan ik niet mee vieren. Ik mis het spelen met de band en het geven van presentaties. Maar groepen mensen opzoeken blijft een risico. Een beetje zoals in de Coronatijd. Dan maar. Het is jammer maar niet meer dan dat. Want ook regelmatig besef ik: “Ik leef nog en ik kan nog een heleboel wel.” Zie op deze site in de afdeling ‘Hobby’s.
Aan de ene kant mis ik mijn werk. Het les geven. De fijne gesprekken met leerlingen, collega’s en ouders Maar ook de momenten dat de leerlingen aan het werk waren. De rustige werksfeer die ik altijd heel belangrijk vind. Zachtjes wat lichte muziek op de achtergrond, iedereen lekker aan het werk. Soms met bezoekers in mijn klas die kwamen kijken wat ik deed en hoe wij op onze school de educatie voor cognitief talent geregeld hadden. Ik vertelde daar graag over en voelde mij thuis in die materie. Fijne momenten. En aan de andere kant vind ik het ook weer fijn om niets meer te moeten. Ik vul mijn dagen met mijn hobby’s en wat huishoudelijke taken. Wel heel relaxed eigenlijk. Althans, het klinkt relaxed. Want eerlijk gezegd zit er toch een bepaalde dwang achter. Ik schrijf altijd taken op die ik de volgende dagen wil gaan doen. Dat zijn huishoudelijke taken zoals stofzuigen of een wasje draaien, maar ook vrije tijdsbestedingen zoals fietsen of muziek spelen. Ik heb lang niet geweten waarom ik dit doe. Maar onlangs sprak ik mijn psychologe. Zij vertelde over een patiënte die na een stamceltransplantatie bang was om ‘lege’ dagen te hebben. Toen dacht ik: “Dat heb ik ook.” Niet zozeer bang voor één lege dag, maar bang dat dagen leeg en hangerig gaan worden en dat er niets meer uit je handen komt. Ook omdat moeheid parten kan spelen. Dat het verzand in dagen in bed of op de bank liggen. Mijn psychologe vind mij niet het type waarbij dit gemakkelijk zou kunnen gebeuren. En waarschijnlijk klopt dat, want ik heb zoveel leuke dingen te doen. Ik hou van muziek maken, ik hou van een opgeruimd huis en hou ook best van opruimen, ik fiets graag, heb als nieuwe hobby fotograferen ik ben met deze website bezig. En dan heb ik het nog niet eens over het klussen voor mijn vrouw om haar met haar hobby te helpen, en het poetsen van de auto en de e-bikes en andere onderhoudstaken. En toch schrijf ik iedere dag taken op die ik wil doen. Ook een beetje om ze niet te vergeten maar zeker ook om geen ‘lege’ dag te hebben. En als ik die taken gedaan heb dan mag de rest van de dag ‘leeg’ zijn. Zonder enig probleem lig ik dan op een luie stoel met een koptelefoon muziek te luisteren onder het afdak in de tuin en laat ik de Wereld even voor wat het is.
Ik heb het leven leren waarderen in al zijn facetten, en kan me nauwelijks druk maken om dingen. Vanaf mijn kindertijd heb ik al dat ik me kon verbazen waarover mensen zich druk konden maken. Over zulke kleine, in mijn ogen, onnozele dingen. Nu heb ik dat extra sterk. Ik merk zelfs dat het me wat kan irriteren. Ik denk dan vaak: “Waar maak je je toch druk over. Er is toch eigenlijk niets aan de hand.” Of, ”Het is toch gemakkelijk op te lossen?” Maar ik besef me tegelijkertijd dat, sinds ik over de eindigheid van het leven en de kwetsbaarheid van de mens heb mogen nadenken, mijn relativeringsvermogen wat kan doorschieten. Maar ikzelf zal me niet zo vaak meer druk maken om kleine dingen. En dat leeft wel rustig.
Het niet hebben van B-cellen heeft trouwens in mijn situatie ook voordelen. Die B-cellen zijn er niet omdat er nog CAR-T-cellen in mijn lichaam zitten die die B-cellen vernietigen. CAR-T-cellen en B-cellen gaan niet samen. Die CAR-T-cellen hebben mijn lymfeklierkanker doen verdwijnen. Een teken, in de vorm van geen B-cellen, van aanwezigheid van CAR-T-cellen geeft mij een veilig gevoel. Mocht er nog iets van die lymfeklierkanker zich willen ontwikkelen, wordt dat gelijk de kop in gedrukt … denk ik … hoop ik ... heb ik wel begrepen.
Deze website is één van de dingen waar ik graag mee bezig ben. Het ontwikkelen van zo’n website vind ik gewoon heel leuk werk. Vandaar dat er stukken als deze en bijvoorbeeld al die foto’s bij ‘Hobby’s’ aan toe gevoegd worden. De website zoals die aanvankelijk bedoeld is, is zijn betekenis al lang verloren. Toch ben ik van plan om ook het deel over cognitief talent ook verder aan te vullen. Ik leer, ook in dat opzicht, steeds meer bij en voel me nog steeds betrokken bij die materie. Maar alles op zijn tijd. Niets moet meer bij mij, maar alles mag. En al leest niemand dit meer, het houdt mij van de straat … of beter gezegd, van het bed en de bank 😉