Home De Werkwinkel Quint Muziek Quint College Galerie Contact Over
Quint College

Wat moeten we weten om ons beleid voor cognitief talent gemotiveerd

te kunnen uitvoeren. Hier vindt u de leerstof uit de hoorcolleges.

© Ron Schrijver
 Een Intelligentie Quotiënt boven de 130? (125? 140? 150?) En wat houdt dat in?  Linguïstisch en logisch mathematisch inzicht?  Analytisch denkvermogen?  Creatief denkvermogen?  Praktisch denkvermogen?  8-voudige intelligentiemodel van Howard Gardner?  3-voudige intelligentiemodel van Robert Steinberg?  Het op eigen kracht goed kunnen oplossen van probleemvraagstukken?  Veel talenten hebben?  Snel denkvermogen?

Vele wetenschappers hebben zich hierin vediept, en hebben er hun definitie aan gegeven. Wij zijn het, met onze

ervaring, uiteindelijk eens met drie wetenschappers die in de tweede helft van de vorige eeuw hetzelfde zeiden:

Hoogbegaafdheid is de aanleg om tot uitzonderlijke prestaties te komen. (Renzuli, Mönks en Heller) Hoogbegaafdheid is dus meer dan intelligentie, want dat is slechts een score uit een intelligentieonderzoek.

Wat is hoogbegaafdheid?

Dit is het multifactorenmodel van Heller. De begaafdheidsfactoren staan vast. De niet cognitieve persoonlijkheidsfactoren en de omgevingsfactoren zijn van invloed op de prestaties. Dat stress, prestatiedrang, zelfvertrouwen of faalangst resultaten beïnvloeden zal iedereen duidelijk zijn, maar er staat ook dat de kwaliteit van de school, of beter gezegd: de kwaliteit van de lessen op school, mede bepaalt of een leerling zijn cognitieve talent kan inzetten of niet. Een kind kan dus cognitief zeer getalenteerd zijn, wellicht hoogbegaafd, het moet op school leren die aanleg in te zetten en op een goede manier te gebruiken.
Over het model van Heller valt te discusiëren. Het model van Mönks lijkt eenvoudiger maar zegt in veel opzichten hetzelfde. Mönks heeft het model van Renzulli verfijnd, onder andere door er omgevingsfactoren aan toe te voegen. Het sluit meer aan bij onze visie op hoogbegaafdheid. Drie culturen werken mee, of tegen, bij het verkrijgen van de motivatie voor het leren en het ontwikkelen van creativiteit. De plaats in de driehoek doet er niet toe. De leerkrachten zijn de professionals. Van hen mag je het uiterste verwachten in de begeleiding van zorgkinderen. Kinderen die niet voldoende uitgedaagd worden door de reguliere leerstof noemen wij ook zorgkinderen. Ik hoop dat u er na deze presentatie ook zo over denkt.
De juiste diagnose Hoe registreren wij cognitief talent? Hoe bepalen wij het niveau? Als je denkt dat ‘slimme’ kinderen er zonder hulp wel komen heb je het mis. Er kan bij deze leerlingen veel fout gaan. Een cognitief getalenteerd kind moet veel leren. In de ontwikkeling kunnen veel hiaten ontstaan. Voor een deel is dat voorspelbaar. Het andere deel moeten we opsporen en vraagt om een snel ingrijpen. We weten al lang dat we cognitief getalenteerde kinderen er niet uithalen door naar Cito- en eventueel daarbij naar methodetoetsresultaten te kijken. We hebben de richtlijnen al verschillende malen aangepast om onze vraag sluitend te kunnen beantwoorden: Wie horen er in de plusgroep en wie niet? Wie hoort er in de zorg voor talentvolle kinderen? Onze richtlijnen zijn duidelijk, en beter dan op heel veel andere scholen. Maar zijn ze sluitend? Van alle leerlingen worden de kenmerken bekeken uit de sidi-signalerlingslijsten A.1.3 en B.1.3. Bij een score van 5 of meer items op het onderdeel leeraspecten worden leerlingen aangemeld bij de Werkwinkel. Meestal zijn dit leerlijn 4-leerlingen. De leerlingen vanaf groep 3 worden dan onderzocht op vijf onderzoeksitems. Hiermee kunnen we bepalen of een leerling ons ingewikkelde werkwinkelprogramma aankan. Bij voldoende resultaat volgt plaatsing in de Werkwinkel. Voorbeelden van leeraspecten uit het Sidi-protocol zijn: Is nieuwsgierig, stelt vragen (kleuters) Begrijpt leerstof snel (3-8) Adequaat woordgebruik (kleuters) Gebruikt moeilijke woorden en zinnen (kleuters) Heeft een scherp opmerkingsvermogen (3-8) Denkt creatief en inventief (3-8) De toets voor cognitief getalenteerde kinderen Talentvolle kinderen heb je in verschillende hoedanigheden. Al deze kinderen wil je bedienen met het voor hen geschikte programma. Al deze kinderen wil je geven wat ze verdienen. Juist deze kinderen wil je uitdagen, maar je wil ze ook niet overvoeren. Wat kunnen ze daadwerkelijk aan? Dat haal je niet uit hun Citoscore, ook niet uit hun gedrag. Je haalt het niet uit hun interesses en ook niet uit hun werktempo. Dat moet je toetsen. Maar hoe? We zouden daar graag een bestaande genormeerde toets voor willen inzetten, bijvoorbeeld de Wisc. Maar als we alle kinderen bij wie we twijfelen of ze in het één of in het andere plusprogramma horen een gefundeerde keuze willen maken, zouden we er hier op school zo’n veertig moeten toetsen. De bestaande toetsen zijn te tijdrovend, te duur en veel uitgebreider dan voor dit doel nodig. Bovendien zijn we niet nieuwsgierig naar het I.Q. van een leerling. We willen weten of ze onze programma’s aankunnen. Dat het aankunnen van een bepaald leerprogramma vaak parallel loopt met de hoogte van een I.Q. staat voor ons buiten kijf, maar wij behoeven die diagnose niet te stellen. In principe zou je met twee toetsonderdelen uit de voeten kunnen. Een onderdeel die uitwijst hoe het denkvermogen van een kind zich in het verleden ontwikkeld heeft en een onderdeel die het huidige denkvermogen aangeeft. Hierbij zou je kunnen denken aan onderdelen als ‘informatieverwerking’ en ‘begrijpen’. Maar slechts twee onderdelen middelen is hier wat tricky. Een paar vergissinkjes en het resultaat is al afwijkend van de werkelijkheid. Daarom hebben we er nog twee onderdelen uit dezelfde ontwikkelingvelden aan toegevoegd. De onderdelen “woordenschat” en “overeenkomsten”. Bij elkaar zijn dat vier onderdelen waar je het verbaal I.Q. mee toetst. Dat willen we eigenlijk niet maar een prettige bijkomstigheid is wel dat je kunt zeggen dat bij een hoge score het goed mogelijk is dat we met een meer- of hoogbegaafd kind te doen hebben. Inmiddels hebben we wat onderzoek gedaan en geleerd dat kinderen met een forse discrepantie tussen het verbaal en performaal I.Q., waarbij het performaal I.Q. opvallend hoger uitkomt dan het verbaal I.Q. met deze vier onderdelen buiten de boot vallen. Daarvoor hebben we er een onderdeel bij bedacht die de perceptuele organisatie toetst. Een onderdeel die het vooruit kijken en de visueel motorische coördinatie toetst. Twee vliegen in één klap dus. Omdat het bij ons gaat om de zwaarte van het programma wat we willen aanbieden rekenen we de resultaten om naar een plaats in de zogenoemde ‘normal distribution’. Komt een leerling in de +2%-schaal uit dan kan het ons complete plusprogramma aan. Bij deze kinderen gaan we ervan uit dat ze meer- of hoogbegaafd zijn. Komt een kind gemiddeld in de +14%-schaal dan bieden we een minder complex programma aan. Komt een kind in de +34%- schaal dan zou de reguliere verrijkingsstof voldoende moeten zijn.
Quint College
Quint College

Wat moeten we weten om ons beleid voor

cognitief talent gemotiveerd te kunnen

uitvoeren. Hier vindt u de leerstof uit de

hoorcolleges.

© Ron Schrijver

1. Lorem Ipsum

Nulla dolore nulla lorem reprehenderit in sit magna eiusmod quis in, tempor ea culpa veniam. Nulla laboris occaecat adipisicing dolor commodo, sed proident id deserunt lorem in dolore in aute dolor veniam. Anim esse elit laboris irure sint adipisicing qui incididunt reprehenderit ut consectetur. Esse cillum laboris. Nisi elit in fugiat, esse voluptate ipsum cillum qui. Nisi eiusmod exercitation elit labore dolore qui, ad duis sunt id aliqua. Amet velit dolore, ut, reprehenderit, nisi in officia do reprehenderit culpa aute ut in nostrud ut! Aliquip consequat laboris ullamco id ea qui officia elit culpa. Ut sint, occaecat aliqua dolore fugiat mollit.  
Site Navigation